Ik heb een héél zwaar (duurzaam) leven

Echt heel zwaar: alles is voor mij ontzettend (duur, duf &) moeilijk

Ik sta voor mijn wastafel. Ze kijkt me aan en zorgvuldig neem ik haar bij de hand. Ik zie de resten van noeste arbeid in de groeven van haar huid. Ik probeer het plakkerige witte goedje weg te vegen met dezelfde duim waarmee ik haar er onder heb. Maar gelijk voel ik me schuldig.

Illustratie: Anabella Meijer (boek: eerste hulp bij klimaatverandering #EHBKV)


Hup, daar gaat ze weer. Aan het werk! Ondertussen zingt ze hetzelfde liedje dat ze al jaren zingt. Zij en ik zijn namelijk al 15 jaar dikke vriendinnen. A match made in China!

Maar ik hoor voor het eerst de donkere ondertoon in haar stem. Ze klinkt als een uitgewoonde operazangeres met een zware burn-out. Het lijkt haar moeite te kosten om in de maat te blijven. Haar doffe peenhaar staat alle kanten op en haar gewrichten hoor ik kraken.

Ze is op! Toe aan pensioen. Ik doe een vergeefse poging haar op te lappen en zoek mijn heil bij vriend Google. Ik tik de zoekterm ‘opzetborstel’ in en krijg een waslijst aan resultaten. Conclusie: “De DiamondClean , EasyClean, FlexCare , FlexCare plus , HealthyWhite en HydroClean behoren tot de familie van onze bladie-bladie-bla opzetborstels”. Vervolgens vliegen de modellen mij om de oren. Zo is er de HX3110, de HX6100, de HX6150 en nog veel meer. Bij nader onderzoek blijkt mijn witte werkster van het type HX 1630 te zijn en die blijkt afgeschreven! Niet compatible. Ik durf haar niet in de grijze kliko te gooien, want daarmee schaad ik het milieu. Daar ligt ze dan, mijn oude elektrische tandenborstel, in de kast weg te stoffen. Uitstel van executie.

De kop is eraf

Als laatste van het stel heb ik mijn eerste column ingediend. De oudste, de traagste. En toegegeven: misschien ook wel de meest verspillende. Ik leef met mijn dierbaren – man en twee pubers – in een soort ‘mini wegwerpmaatschappij’, iets waaraan voor mijn gevoel geen ontkomen aan is. Ik ben druk-druk-druk en run een huishouden van Jan Steen. Ik fantaseer weleens hoe mijn leven eruit zou zien als ik een traditionele huisvrouw in de vijftiger-jaren was geweest. Dan had ik niet zonder blikken of blozen weessokjes weg weggegooid wanneer ze van hun broertjes en zusjes gescheiden zouden zijn. En als ze kwetsuren hadden opgelopen dan had ik ze, bij de warme kolenkachel, liefdevol gestopt en ze nog een tweede of een derde ronde gegund. Dan was ik op woensdag op mijn dooie akkertje naar de markt gegaan, waar de koopman zijn bescheiden waar met zijn onverdeelde aandacht in de door mijzelf meegebrachte bakjes had gefröbeld.

En voorál was ik nimmer op het idee gekomen om uit gemakzucht wekelijks Albert bij mij aan huis laten komen bezorgen. Mij achterlatend met een exorbitante berg bijkomende plastic verpakkingen, die iedere week netjes in de daarvoor bestemde oranje zak aan de weg wordt gezet. Ik heb simpelweg geen tijd voor een loopje over de markt voor al dat groens, hoe heerlijk ook. En, o ja, ik ben verslaafd aan tropisch fruit! En o ja 2, mijn man sluit dagelijks aan in de file naar zijn werk, in zijn eentje in de auto en mijn kinderen shoppen bij Primark. Ik denk met recht dat mijn groene opvoeding vooralsnog heeft gefaald!

Hallo schuldgevoel, mijn oude vriend

Maar: flexitariër als ik onszelf vind, heb ik lang geleden al besloten om maar een of twee keer per week vlees of vis op tafel te zetten. Wij lezen de ‘Genoeg’ en de ‘Down to earth’. Ik probeer de moeite te doen om etiketten op verpakkingen te lezen om zodoende zoveel mogelijk palmolie te vermijden, een van de grootste veroorzakers van het verdwijnen van het tropisch regenwoud. Met dit doel voor ogen heb ik ook pogingen gedaan om zelf voor Unilever te spelen en mijn eigen OMO te maken. Met als resultaat: een stinkende was en boze huisgenoten dus daar kwam ik snel van terug. We proberen te matigen met zuivel en moeten het met “maar” een auto doen. Een keer per week haal ik met mijn fiets , elektrisch aangedreven, dat dan weer wél, bij de lokale groenteboer ons biologisch groentepakket af. Ik kook nimmer uit pakjes en zakjes (weer vanwege die palmolie), gooi bijna nooit eten weg, vlieg alleen als het echt moet, raap soms zwerfafval en doe vrijwilligerswerk voor Milieudefensie. Wat stuk is, dat wordt zoveel mogelijk weer gerepareerd. Soms is dat niet mogelijk, dan blijkt de doorgebrande mixer rondom helemaal vastgelast te zitten en moet van ons in de grijze kliko.

Nee, nee maar echt waar: het leven is voor mij gewoon ontzettend zwaar

Ik zou naar het plaatselijke repaircafe kunnen gaan, maar dat kost tijd, en die tijd, die hebben wij niet. Tussen aanhalingstekens: ‘er-voor-over’! Wij hebben alle vier een smartphone en hebben ons niet verdiept in degene die deze in elkaar heeft gezet, waar dat feit zich heeft voltrokken en onder welke omstandigheden. Wel leveren we onze afdankertjes in bij stichting Aap. Dagelijks moet ieder gezinslid zich met gevaar voor eigen leven een weg banen door een klam trapgat dat vol hangt met onderbroeken en washandjes, allemaal aan hun eigen knijpertje, omdat zelfs dié in de droger mieteren mij een knagend schuldgevoel bezorgt. En als ik groenten over heb dan weet ik die inmiddels vakkundig in te maken.

Een stapje in de goede richting

Ik zei het al, Ján Steen, maar geen dito hárt. Op de goede, groene weg, maar nog nét niet . Of nog lang niet? Ik houd het nog maar even in het midden. In ieder geval is het niet van de een op de andere dag zo gekomen. Good things take time!

Duurzaamheid draait niet om het letterlijk op je schouders dragen van de hele wereld. Niet om het veroordelen, van jezelf of een ander. Climate-shaming is niet iets dat ons ook maar iets verder zal brengen.
Een betere wereld voor onze kinderen draait om stapsgewijs verleiden en verleid worden tot ……(vul maar in). Doen wat je leuk vindt! Zonder donderpreken en doemscenario’s. Maar met elkaar! En met humor, heel veel humor. En misschien met op zijn tijd juist een stapje terug, iets minder druk-druk- druk. Hoe ik dat precies bedoel? Dat leg ik in een volgende column uit. Want ik kan daar nog wel een boompje over opzetten. Boompje opzetten? Mmmm, idee!

Kop op!

Weg met die beginnende klimaatdepressie! Ik beloof hierbij plechtig een dezer weken een bezoek te brengen aan het Repaircafe. Ik plan dat gewoon in. Simpel.

Ook een beginnetje maken? Een duwtje in de goede richting nodig?

Hier volgt een handig lijstje met leuke adressen zodat je je spullen een tweede ronde kunt geven:

Een Repair Café is een bijeenkomst die draait om repareren, georganiseerd op buurtniveau. Men kan er meegebrachte kapotte spullen repareren met hulp van vrijwilligers.
In de Hoeksche Waard elke derde zaterdag van de maand, van 10.00 tot 12.00 uur. In juli en augustus gesloten. Website
Een beha weggooien als de beugel kapot is of ontbreekt? Voortaan niet meer doen! Stuur je beha naar Bhbeugels.com voor reparatie. Website Zij maken van je oude overhemd een prachtige, nieuwe boxershort. Ook erg leuk om als cadeau weg te geven. Website
iPad reparatie nodig? Website
Smartphone reparatie in Hoeksche Waard? Bij Repair IT Now kun je terecht voor alle smartphone en telefoon reparaties. Website

Meer ideeën opdoen? Vriend Google is geduldig